Twee
woorden wil ik nog apart behandelen. Die zitten wat ingewikkeld inelkaar, maar
daardoor erg interessant.
Wat denken we van het Engelse woord town = stad
Dit
wordt even een reis hoor! In het Schots heet een town = tun
Hm, tun,
denk ik dan. Dat ken ik in het Frysk. Maar dat is een tuin om het huis. Zeker
geen stad. Het zal wel niets met elkaar te maken hebben. Ik vraag dan aan Margrethe,
mijn assistente: ¨Kennen jullie ook het woord ´tun´?¨
En dan spreek ik het op z´n Frysk uit (tún). ¨Ja¨,
zegt ze, ¨Dat is de ruimte tussen de huizen, dus als je bijvoorbeeld drie
huizen in een driekhoek hebt, dan is de ruimte tussen die huizen de ¨tun¨
¨.
Bliksum denk ik dan, dan hebben die Schotten wel gelijk en is er
wel degelijk verband tussen het Engelse town en de Fryske tun.
Want
heel vroeger had je geen steden. En als moeders vroeg waar vaders was en het antwoord
was: In/Op de tun, dan zat hij aan de voorkant van het huis. Maar het dorp
kreeg 4 huizen erbij, 3 huizen erbij en nog
steeds was de ruimte voor het
huis de ¨tun¨. Later werd het dorp zo groot dat de hele dorp ¨tun¨
heette. En de Engelsen verstonden dat iets verkeerd of hadden een andere tongval
en het werd town.
De tweede is het Noorse ¨bo¨=
wonen, ¨bolig¨= woning ïnnbo¨ = inboedel (uitspraak ¨bo¨=
boe)
Ik snapte daar in het begin niets van. Waar zat het aanknopingspunt.
Vorige
week (begin oktober 2004) sloot ik een inboedel verzekering af.
Ik wist niet
hoe dat heette, ga namelijk steeds minder voorbereid en zonder woordenboek op
de mensen.
Een inboedelverzekering is een ¨innbo-forsikkring¨.
Dan
gaat het lampje bij mij ook branden. Het Nederlands woord boedel is eigenlijk
niets anders dan een boe-deel = bo-del op z´n Noors.
Het is een
deel van de bewoning, wat je nodig heb om te kunnen wonen.
En dan komt het
Nederlandse woord: ¨bouwen¨ ook meer in klaarheid. ¨bo-uwen¨
betekent in eerste instantie een huis maken. Want volgens mij zijn de eerste menselijke
bouwsels woningen toch?
En misschien is er kwa uitspraak niet zoveel verschil
tussen ¨bo¨en ¨wo¨, waarbij ¨wo¨
later in het Nederlands en woning werd. Een ¨b¨ kan gemakkelijk
overslaan naar een ¨w¨.